Tag archieven: Julius Vischjager

Julius

Het droevige nieuws kwam in etappes. Eerst was er een kort krantenbericht (Het Parool, 7 oktober) over een verdronken man in het water van de Oranje-Vrijstaatkade, hier vlakbij. De volgende dag volgden necrologieën in alle kranten. De drenkeling was Julius Vischjager, 83 jaar. Journalist, pianist, levenskunstenaar. Ik heb hem een paar keer ontmoet. En bij het opzetten van beslommeringen.org, speelde hij een kleine maar onmisbare rol. 
Dat zit zo. 
Ergens eind jaren negentig belandden wij, mijn lief en ik, op een zaterdagmiddag in café Eik en Linde. We bemachtigden een tafeltje bij het raam, op enkele meters van de piano. We zaten nog niet of de deur ging open. Er kwam een heer binnen in pak, in elke hand een plastic tas. Hij groette de barman en begaf zich naar de piano. Uit een van de tassen kwam een partituur tevoorschijn die hij op de piano opensloeg. Zijn jasje ging uit, zijn ruime witte overhemd bolde op aan weerszijden van de bretels en boven de mouwophouders. Mijn lief en ik keken elkaar aan. Dat was Julius Vischjager! We hadden hem enkele keren eerder ’s avonds ontmoet als we uitgingen. Hij droeg dan een morsige regenjas en een fototoestel rond de nek. De eerste keer dacht ik dat hij een foto wilde verkopen en probeerde hem af te wimpelen. Dat lukte niet en al snel bleek mijn vergissing. Het betrof hier niemand minder dan de hoofdredacteur en enig medewerker van The Daily Invisible. We kochten ons eerste exemplaar van ‘de enige handgeschreven parlementaire krant ter wereld’ en kregen er, voor de geringe meerprijs van een gulden, een Groene Amsterdammer bij van de week ervoor. Bij volgende gelegenheden begroetten we hem hartelijk. Hij signeerde een nieuwe Daily Invisible voor ons, gaf hem zelfs het speciale GfSinF-predikaat. ‘Weten jullie wat dat betekent?’ vroeg hij. ‘Good for Sotheby’s in the Future. Let op mijn woorden, dit wordt geld waard!’

Uitsnede voorpagina van The Daily Invisible, 17/7/99

Terug naar Eik en Linde. De barman bracht hem een kop koffie. Julius nam de aanwezigen in zich op terwijl hij op zijn gemak de koffie opdronk. Vervolgens richtte zijn aandacht op de partituur en begon te spelen. Ik heb geen verstand van klassiek, geen idee wat hij speelde, maar het sprankelde.  Voor even was het café een concertzaal en we staakten ons gesprek, je praat nu eenmaal niet door muziek heen, zeker niet als de speler zo dichtbij zit. De heer op leeftijd die tussentijds binnenkwam, vroeg gepast fluisterend of hij bij ons aan mocht schuiven. Na afloop van het concert stelde hij zich voor, zijn naam ben ik helaas vergeten. Hij werkte in het Verzetsmuseum even verderop en kwam hier op zaterdag altijd een borrel drinken met zijn goede vriend de pianist, Julius Vischjager. Die had met een buiging het applaus in ontvangst genomen. Hij liet nog even op zich wachten omdat hij soepel in zijn andere rol was geschoten. In de hoedanigheid van distributeur van The Daily Invisible ging hij langs de tafeltjes. Zijn rondgang eindigde bij zijn goede vriend bij ons aan tafel, en we raakten aan de praat. Hij had het duidelijk naar zijn zin, zat naast me met blosjes op zijn wangen en twinkelende ogen, een borrel op tafel. We vroegen hem hoe hij het voor elkaar kreeg. Het leek ons een behoorlijke klus om een eigen krant te runnen en daarmee bekendheid te verwerven. Daar wilde hij wel wat over vertellen. Je moest altijd je eigen overtuiging volgen, ook, nee, vooral als niemand er iets van begreep. Dan zat je goed, dan had je iets bijzonders te pakken. Zijn Daily Invisible bijvoorbeeld was uniek in de wereld. De krant gaf hem toegang tot het centrum van de macht en dat niet alleen. Hij had het privilege van de laatste vraag bij de wekelijkse persconferentie van de minister-president in Den Haag. Daarnaast had je, behalve een rotsvast geloof in je eigen idee, discipline nodig. Je moest volhouden, elke dag, en nooit opgeven. Het allerbelangrijkste, waar het allemaal mee begon, was de juiste naam. Wij knikten. En niet alleen vanwege The Daily Invisible. Julius Vischjager was en is ontegenzeggelijk een goede naam voor een creatief ondernemer. Een naam die beklijft. 
‘Vooruit,’ zei hij, ‘ik ga jullie op weg helpen. Eerst de naam.’
‘Mijn naam? Jantje Janssen,’ zei ik, ‘Jantje Janssen met twee essen.’ 
‘Prachtig,’ vond Julius, en sloeg zich op de knieën van pret. ‘Waarmee wil je je brood verdienen? Schrijven? Kan niet mis, de eerste slag heb je binnen. Gewoon veel doen, met zo’n naam kan succes niet uitblijven.’ 
Nu was de beurt aan mijn lief. Hij gaf zijn echte naam. Een naam die naar verluid, ooit bij aankomst in Suriname de douane-beambte, die vanwege haar omvang ternauwernood in haar houten behuizing paste, in zulk onbedaarlijk lachen deed uitbarsten dat het gammele hokje aan de kracht van haar schuddende lichaam dreigde te bezwijken. 
Julius maakte het minder bont. Hij viel alleen zowat van zijn stoel. Hij herhaalde de naam, liet even een stilte vallen, riep toen uit: ‘Echt waar?!  Een gebóren kunstenaar! Met zo’n naam hoef je helemaal niks meer te doen. Je hoeft alleen maar te zeggen hoe je heet en je wordt op het schild gehesen!’
Daar hebben we nog een glas op gedronken, waarschijnlijk een paar meer. Vol vertrouwen in de toekomst zijn we die avond naar huis gezwalkt. 

Uitsnede van TheDaily Invisible 17/7/99. Links onder de roestvlek gaat GfSinF gedeeltelijk schuil. De datering rechts doet vermoeden dat we dit exemplaar later bij hem hebben gekocht.

Mijn lief vond het predikaat GfSinF geniaal, vooral omdat het niet helemaal klopte – eigenzinnig als zijn bedenker – en heeft er een stempel van gemaakt, vandaar dat ik het na al die jaren nog weet. Helaas onvindbaar. Dat lot blijft twee van de destijds verworven Daily Invisible’s bespaard, eentje zelfs met predikaat; het betreft het laatste nummer van de eeuw, gedateerd 17/12/99, en nummer 250 van 7/4/2000, beide zeer begerenswaardig. Alleen zijn de roestvlekken van het oude dagboekslotje waaronder ze in een schoenendoos lagen erg ontsierend, die maken de gang naar Sotheby’s op voorhand kansloos. Verder vond ik een oude Groene Amsterdammer, met rode stift door Julius rondom volgeschreven, gesigneerd en gedateerd. Eik en Linde 2/11/96.

Hoe dan ook, bij het begin van beslommeringen.org, eerder dit jaar, zat hij even naast me. Vanwege het allerbelangrijkste. De juiste naam. Eén voor de website, en een nieuw pseudoniem voor de hoofdredacteur en enig medewerker. 
‘Prachtig!’ riep hij, en sloeg zich op de knieën: ‘Succes verzekerd!’
Dankjewel Julius. 

Groene Amsterdammer als bijlage bij The Daily Invisible voor 1 (gulden)